De gemeenteraad van Westerkwartier heeft een intensief debat gevoerd over de implementatie van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het voorstel omvatte delegatie van bevoegdheden, bindend adviesrecht en verplichte participatie. Hoewel er brede steun was voor de plannen, uitten raadsleden hun zorgen over de balans tussen raad en college.
Politiekverslaggever Rijk de Bat
Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Westerkwartier stond de implementatie van de Omgevingswet centraal. De wet, die op 1 januari 2024 van kracht wordt, vereist dat de gemeenteraad enkele belangrijke besluiten neemt over de verdeling van bevoegdheden tussen de raad en het college van burgemeester en wethouders. Het debat richtte zich op drie hoofdonderdelen: delegatie van bevoegdheden, bindend adviesrecht en verplichte participatie.
Delegatie van Bevoegdheden
Johan de Vries van VZ Westerkwartier benadrukte het belang van politieke betrokkenheid bij gevoelige thema's. "Participatie is een goede stap vooruit, maar geen garantie voor breed draagvlak," stelde hij. De Vries waarschuwde voor het risico dat de raad buitenspel wordt gezet bij belangrijke beslissingen. Jeroen Betten van de VVD vroeg om meer duidelijkheid over de gevallen waarin de raad betrokken blijft: "We moeten voorkomen dat we als raad te weinig inspraak hebben."
Ymte Sijbrandij van het CDA sprak zijn vertrouwen uit in het delegatiebesluit: "Het is noodzakelijk om de rolverdeling tussen raad en college in evenwicht te brengen." Hij benadrukte dat het belangrijk is om procedures niet te vertragen door het vergaderschema van de raad.
Bindend Adviesrecht en Verplichte Participatie
De discussie over het bindend adviesrecht draaide om de vraag welke activiteiten de raad zou moeten kunnen beïnvloeden. De Vries noemde het voorbeeld van een asielzoekerscentrum als een politiek gevoelig onderwerp dat niet alleen door ambtenaren beoordeeld zou moeten worden. "Het is belangrijk dat de raad hier een stem in heeft," aldus De Vries.
Joachim Bekkering van de PvdA benadrukte het belang van duidelijke communicatie over participatie: "We moeten ervoor zorgen dat de informatie helder en goed vindbaar is voor onze inwoners."
Evaluatie en Toekomstige Besluitvorming
Wethouder Hans Haze erkende de zorgen van de raad en benadrukte het belang van samenwerking: "Het is een avontuur dat we met elkaar moeten aangaan." Hij verzekerde de raad dat het college bij gevoelige kwesties, zoals een asielzoekerscentrum, de raad tijdig zal informeren. "Het zou van een slechte politieke antenne getuigen als we dat niet zouden doen," aldus Haze.
Hoewel er brede steun was voor de plannen, besloot de VVD dat het voorstel als bespreekstuk in de raad behandeld moet worden. Betten: "Ik wil dit eerst terugleggen in mijn fractie. We moeten duidelijkheid hebben over waar de grens ligt."
De gemeenteraad van Westerkwartier staat voor de uitdaging om de Omgevingswet effectief te implementeren, met oog voor zowel efficiëntie als democratische betrokkenheid. De komende maanden zullen cruciaal zijn om de balans tussen raad en college te waarborgen en de zorgen van de raadsleden weg te nemen.
Samenvatting van het voorstel
De gemeenteraad van Westerkwartier overweegt een besluit over de implementatie van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Dit besluit omvat drie belangrijke onderdelen: delegatie van bevoegdheden, bindend adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
-
Delegatiebesluit: De gemeenteraad kan besluiten om bepaalde bevoegdheden voor het vaststellen of wijzigen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit zou vooral gaan om technische aanpassingen en het verwerken van verleende vergunningen, wat zorgt voor snellere besluitvorming.
-
Bindend adviesrecht: De gemeenteraad kan categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij zij een bindend adviesrecht wil uitoefenen. Dit betekent dat het college in deze gevallen niet zelfstandig kan beslissen zonder advies van de raad.
-
Verplichte participatie: Voor bepaalde buitenplanse activiteiten kan de gemeenteraad participatie verplicht stellen. Dit houdt in dat initiatiefnemers belanghebbenden moeten betrekken bij hun plannen, hoewel de vorm van participatie vrij blijft.
De gemeenteraad zal ook evalueren hoe deze nieuwe regels in de praktijk werken en of ze bijdragen aan efficiënte en effectieve besluitvorming. Binnen twee jaar na de invoering van de Omgevingswet staat een evaluatie gepland om de effectiviteit van deze besluiten te beoordelen.
Documenten
-
Analyse van het document
Analyse van het Raadsvoorstel: Delegatiebesluit, Bindend Adviesrecht en Verplichte Participatie
Titel en Samenvatting:
Het voorstel betreft het "Delegatiebesluit, bindend adviesrecht en verplichte participatie" in het kader van de Omgevingswet. Het raadsvoorstel stelt voor om bevoegdheden te delegeren aan het college voor het vaststellen van delen van het omgevingsplan, bindend adviesrecht van de raad bij bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa's) vast te stellen, en participatie verplicht te maken voor specifieke bopa's. Dit is noodzakelijk om de gemeentelijke processen aan te passen aan de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. Het voorstel is ontwikkeld in samenwerking met de raadswerkgroep Omgevingswet.
Oordeel over de volledigheid:
Het voorstel is uitgebreid en gedetailleerd, met duidelijke lijsten van gevallen waarin delegatie, bindend adviesrecht en verplichte participatie van toepassing zijn. Het bevat ook een evaluatieplan en een communicatieplan, wat bijdraagt aan de volledigheid.
Rol van de Raad:
De raad blijft verantwoordelijk voor het vaststellen van kaders en behoudt een controlerende rol. Het voorstel vraagt de raad om specifieke gevallen aan te wijzen voor bindend adviesrecht en verplichte participatie, en om bevoegdheden te delegeren aan het college.
Politieke Keuzes:
De raad moet beslissen welke activiteiten onder het bindend adviesrecht en verplichte participatie vallen. Dit vereist een afweging van de impact op de fysieke leefomgeving en de mate van betrokkenheid die de raad wenst te behouden.
SMART en Inconsistenties:
Het voorstel is specifiek en meetbaar in termen van de lijsten van gevallen en de evaluatie binnen twee jaar. Het is tijdgebonden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er zijn geen duidelijke inconsistenties, maar de effectiviteit van de lijsten moet in de praktijk blijken.
Besluit van de Raad:
De raad moet het delegatiebesluit vaststellen, evenals de lijsten voor bindend adviesrecht en verplichte participatie. Dit omvat het goedkeuren van de voorgestelde gevallen en het intrekken van eerdere besluiten zoals de VvGB.
Participatie:
Participatie is een kernonderdeel van het voorstel, met verplichte participatie voor bepaalde bopa's. Het voorstel stimuleert participatie en biedt handvatten voor initiatiefnemers, maar laat de vormgeving grotendeels vrij.
Duurzaamheid:
Duurzaamheid is relevant, vooral bij activiteiten zoals hernieuwbare energieproductie en projecten met impact op de fysieke leefomgeving. Het voorstel adresseert dit door specifieke gevallen aan te wijzen voor bindend adviesrecht en participatie.
Financiële Gevolgen:
Het voorstel heeft geen directe financiële gevolgen. Er is geen specifieke financiële dekking nodig, maar de implementatie van de Omgevingswet kan indirecte kosten met zich meebrengen die nog niet volledig in kaart zijn gebracht.
-
-